Onder invloed van de Belgische desintegratie, de globalisering en de Europese eenwording groeien Vlaanderen en Nederland steeds dichter naar elkaar. In verband hiermee hebben verschillende particuliere organisaties, zoals de Baarle Werkgroep en de werkgroep Leo Belgicus, initiatieven van pragmatische en democratische aard opgezet teneinde dit proces te versnellen. Wij streven naar een ver(der)gaande integratie van de Lage Landen met Vlaanderen en Nederland als (con)federale staat binnen de EU.
In deze burgerbewegingen zijn alle politieke stromingen vertegenwoordigd, van rechts-conservatief over groen en centrum-democratisch tot progressief en uiterst-links. Een democratische instelling is vanzelfsprekend een vereiste om onze opdracht tot een goed einde te brengen: het democratisch deficit in de Belgische staatsstructuur, maar ook in Nederland, is precies onze eerste drijfveer om naar een Vlaams-Nederlandse integratie te streven. Ons integratiestreven is niet van romantische aard, maar pragmatisch geïnspireerd en gericht op onze directe toekomst in Europa en de wereld.
Steeds meer Vlamingen zijn geïnteresseerd in Nederland en steeds meer Nederlanders zijn geïnteresseerd in Vlaanderen. Elkaars cultuur kennen we al een tijdje, tegenwoordig ontdekken we ook elkaars politieke landschap en gevoeligheden, elkaars steden en regio's, elkaars economie. Onze politieke systemen krijgen raakvlakken, onze wetgevingen en instellingen komen dichter bij elkaar, onze economieën raken verstrengeld. De huidige politieke evoluties, lokaal zowel als geopolitiek, zetten die interesse stilaan om in een verlangen om ook politiek dichter bij elkaar te komen:
- de Europese integratie loopt mank en gaat een richting uit die vele burgers niet wensen;
- de mondiale terreurdreiging doet velen snakken naar een performante staat; de globaliserende economie en de dreigende Europese achteruitgang dwingt tot grotere gehelen die soepel op de veranderingen kunnen inspelen;
- de Nederlandse taal staat onder druk;
- het samenleven van Vlamingen en Franstaligen in België wordt moeilijk en het voortbestaan van de Belgische staat twijfelachtig.
Uit diverse contacten blijkt dat politici van uiteenlopende politieke partijen wel een positieve mening hebben over (de samenwerkingsmogelijkheden van) Nederland en Vlaanderen, maar tot nu toe ontbreekt het hun aan gedrevenheid en durf om zich daarvoor daadwerkelijk te beijveren. Dat alle politieke stromingen in dit streven vertegenwoordigd zijn, blijkt uit het feit dat de wens tot Nederlands-Vlaamse integratie niet het exclusieve domein is van rechtse of conservatieve partijen. Dit is wellicht de reden dat politici in een bestuursfunctie hun handen niet ‘eraan willen branden’. Hun ‘angst’ is onterecht. Het weekblad HP/De Tijd wijdde in 2001 1 een uitgebreid artikel aan de hereniging en stelde daarbij vast dat het taboe dat lange tijd op de hereniging rustte, aan hevige slijtage onderhevig is.
Een aspect dat van niet te onderschatten belang is, is het feit dat door de uitbreiding van de EU België, Nederland en Luxemburg in een steeds marginalere positie zijn komen te staan. Van grondleggers van dit in economisch opzicht succesvolle, supranationale orgaan zijn zij stilaan veroordeeld tot politieke en economische irrelevantie. Ook andere landen zien hun belang in de EU afnemen, maar voor deze landen, zoals Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië, is dat natuurlijk minder erg dan voor Nederland, laat staan voor België en Luxemburg. De Benelux-Economische Unie had het verschil kunnen maken om enkele zaken, die relevant zijn voor de bevolking, goed te regelen. De Benelux is echter door Franstalige tegenwerking en overdracht aan de EU ten onder gegaan, maar evenzeer door nalatigheid, onwil en bureaucratische en politiek-technische rompslomp. De samenwerking binnen de Lage Landen in het algemeen en tussen Nederland en Vlaanderen in het bijzonder is gebaat bij inspiratie en meer diepgang teneinde de bevolking concretere en derhalve interessantere voordelen te bieden, zoals:
- gelijke prijzen van boeken, kranten, dag- en weekbladen;
- de doorgifte van alle publieke en commerciële radio- en televisiezenders;
- het opwerken van BVN tot hét internationale gezicht van Nederland en Vlaanderen;
- 'binnenlandse' post- en telefoontarieven voor de Benelux;
- geharmoniseerde tarieven, strippenkaarten en ov-chipkaarten voor het openbaar vervoer en het instellen van intercityverbindingen tussen Vlaamse en Nederlandse steden, bijvoorbeeld Utrecht-Antwerpen;
- gecombineerde nieuwsuitzendingen van NOS en VRT;
- gestandaardiseerde leerdoelen en eindtermen voor het onderwijs in Nederland en Vlaanderen wat betreft Nederlandse taal, aardrijkskunde, geschiedenis en maatschappelijke vorming;
- onbeperkte toegang tot internet- en e-postdiensten.
Men kan om nationalistische redenen een hereniging van Vlaanderen en Nederland wensen, maar dit is niet de motivatie van de op integratie gerichte organisaties. Er is sprake van toenemende nieuwsgierigheid naar onze Nederlandse en Vlaamse achtergronden en we vragen ons derhalve af wat ons nu eigenlijk zo lang gescheiden heeft gehouden.
Wij zien Vlaanderen met Brussel en Nederland als vanzelfsprekende voortrekkers binnen een staatkundig verband, maar Wallonië en Luxemburg horen als historische delen van de Lage Landen net zo goed binnen de Nederlanden. Wij zijn voorstanders van een hechte samenwerking met Wallonië en Luxemburg en wij sluiten niet uit dat deze delen op enigerlei wijze staatkundig betrokken blijven bij de Lage Landen. Om te voorkomen dat de Belgische problemen blijven bestaan en de samenwerking net zo verzandt als in de huidige Benelux, met de Belgische staat als belangrijkste stoorzender en struikelblok, moeten de partners wel bereid zijn het Nederlands(talig)e karakter van de samenwerking te aanvaarden. Juist door het ontbreken van de Belgische stoorzender is het niet uit te sluiten dat Nederlands- en Franstaligen zich harmonieus met elkaar verzoenen en met respect voor elkaars taal en cultuur in één staatkundig geheel kunnen samenleven. De pacificatie van de communautaire tegenstelling is een zegen voor het Europa van de culturen in het algemeen en voor de (Verenigde) Nederlanden in het bijzonder.
Wij roepen politiek en media op om in deze tijd van politieke turbulentie in Nederland en België om de mogelijkheden van de Lage Landen nader onder de loep te nemen. Dit persbericht wil een aanzet geven tot een debat in heel Nederland, Vlaanderen, Brussel, Wallonië en Luxemburg. Er is geen tijd meer te verliezen; het is misschien van levensbelang voor onze landen!
Met vriendelijke groet,
Baarle Werkgroep;
Werkgroep Leo Belgicus;
e.v.a …
Noten:








