• Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
NederlandsfrançaisDeutschEnglishEsperanto
 
Home Documentation Interessante teksten Pragmatisch minimumprogramma voor samenwerking

Pragmatisch minimumprogramma voor samenwerking

E-mail Print PDF
There are no translations available.

Voor de burger in de Benelux

Em. prof. dr. H. Gysels

De aanzet tot de 21e eeuw in Vlaanderen.

Er zijn, op de drempel van de 21e eeuw, in Vlaanderen pakweg drie merkwaardige ontwikkelingen die in het kader van de Vlaams-Nederlandse samenwerking aandacht verdienen.

Op de eerste plaats is er het feit dat de Vlaamse Beweging nu duidelijk definitief aan haar neergang begonnen is. Een grote meerderheid van de Vlamingen, behalve degenen die nog lijfelijk geconfronteerd worden met de achterhoedegevechten die zij moeten leveren tegen een rabiate francofonie in Brussel en zijn Vlaamse randgemeenten, vindt dat de traditionele Vlaamse eisen ingewilligd zijn. Met een eigen regering, parlement, totale vernederlandsing van alle sectoren van het openbare leven en ruime bevoegdheden zelfs op internationaal niveau, vindt men het welletjes geweest. Behalve nog een paar centenkwesties is het gekibbel met de Walen opgelost en een nog verdergaande staatshervorming is voor vele Vlamingen geen echte ‘must’ meer.

Vlaanderen is naar het gevoel van velen (bijna) onafhankelijk en zal in het kader van de verderschrijdende europeanisering "vanzelf" steeds onafhankelijker worden (wat evenwel door een groeiend aantal andersdenkenden als een vrome wensdroom wordt beschouwd). De verdere stappen in de staatshervorming kunnen dus gevoeglijk in de ijskast gestopt of gelaten worden. De Vlaamse regering vindt dat er door haar voorgangers aan het Vlaams imago en de ‘eigen identiteit’ meer dan genoeg aandacht is besteed en probeert de Vlaamse feestelijkheden die alvast gepland waren voor 2002, ter gelegenheid van de 700-jarige herdenking van de Guldensporenslag, drastisch terug te schroeven.

De meest ingrijpende tegenstroom voor de Vlaamse Beweging is echter de koerswijziging van de toonaangevende kwaliteitskrant De Standaard, die in het begin van deze eeuw letterlijk overstag gegaan is op Vlaams gebied. Niet alleen het AVV+VVK embleem, dat van bij het ontstaan van de krant na de Eerste Wereldoorlog de voorpagina sierde, volgens andersdenkenden ontsierde, verdween na ampele discussie met het oudere lezerspubliek. Veel ingrijpender nog waren de andere maatregelen : de Vlaamsgezinde en dusdanig gemotiveerde redacteurs is kennelijk het zwijgen opgelegd en de specifiek Vlaamse berichtgeving, die zoals eertijds de katholieke en kerkelijke berichtgeving een wezenlijk deel van de krant uitmaakte, is gedegradeerd tot ‘gewoon’ nieuws, dat nog nauwelijks opvalt of verdrinkt in de internationale of zelfs de Belgische berichtgeving. Lezersbrieven en opiniestukken met ‘communautaire’ strekking worden niet meer opgenomen.

Ook De Standaard heeft de 21e eeuw geproefd, lonkt voor hogere oplagecijfers naar een ‘modern’ en jong publiek, dat maling heeft aan Vlaamse kwesties. Want de jongeren, na diverse onderwijshervormingen beroofd van een degelijk geschiedenisonderwijs, zijn quasi onwetend over wat de Vlamingen in de loop van de vorige anderhalve eeuw is overkomen. Kortom, het verlies van haar enig massa-medium is de ware doodsteek voor de Vlaamse Beweging.

Het begin van de 21e eeuw in Nederland.

Heel andere ontwikkelingen vallen vanzefsprekend te noteren in Nederland. Als we het ontstaan van de Nederlandse staat, toen republiek, bij het Verdrag van Munster laten beginnen, dan is er in die voorbije 350 jaar nooit enige bedreiging ervaren voor de Nederlandse taal als dusdanig. Dit verklaart o.m. waarom de Vlaamse taalstrijd voor zovele Noord-Nederlanders quasi onbegrijpelijk is : de emoties die bij een dergelijke situatie vrijkomen zijn hun volkomen onbekend.

Maar nu, tegen het einde van deze eeuw, schijnt het tij te keren : een groeiend aantal noordelijke taalgenoten voelt het oprukkende Engels in vrijwel alle sectoren van het openbare leven, inclusief en in het bijzonder in het onderwijs, als bedreigend aan. Dit komt o.m. tot uiting in de oprichting van alvast 2 kersverse organisaties : Taalverdediging (Amsterdam) en Stichting Internationaal Forum (Leiden). Beide organisaties brengen zelfklevers aan de man, waarmee men de niet-taalbewuste en al te anglofiele medeburgers (vreedzaam) kan bestoken en trachten tot betere gevoelens te brengen voor wat ons allen, met 22 miljoen, dierbaar is of hoort te wezen.

Naast het ontluiken van een defensieve taalbeweging in Nederland, valt er nog een ander, minstens zo belangrijk fenomeen waar te nemen : een aantal staats-Nederlanders begint zich vragen te stellen naar de eigen nationale identiteit. Nederland heeft zich altijd graag in Europees kader, en zelfs op wereldniveau, de status aangemeten van ‘ middelgrote mogendheid’. Dit was een erfenis die teerde op de 17e en 18e-eeuwse glorie van de maritieme militaire macht en het bezit van een aanzienlijk koloniaal rijk. Maar nadat in de Tweede Wereldoorlog de Japanners in Indische wateren komaf hadden gemaakt met de Nederlandse oorlogsvloot, en na die oorlog Oost- en West-Indië hun eigen weg gingen, begonnen meer en meer burgers in te zien dat de illusie van middelgrote mogendheid beter kon opgeborgen worden.

Nederland is "afgezakt tot de rang van Denemarken" en daar moet men nog mee leren leven (De Internationale Spectator 54, 7-8, p. 367). Tenslotte komt daarbij nog het feit, dat de Europese integratie in steeds grotere mate stukken van de nationale souvereiniteit komt afknabbelen. Dit is iets wat natuurlijk voor iedere lidstaat geldt, maar dat uitgerekend ook in het kleine Denemarken tot de meeste kopzorgen schijnt te gaan leiden.

Samenvattend, wij leven in Noord en Zuid in twee landen met een paar levensgrote paradoxen. In België heeft het nationale, monarchale en patriottische establishment, als reactie op de staatshervorming die van het land een merkwaardige federale bondsstaat heeft gemaakt, energiek en constant een tegenoffensief ontwikkeld, dat de verdere opsplitsing van de unitaire staat een halt moet toeroepen.

In Nederland wordt de betekenis van het begrip ‘nationale identiteit’ dus aarzelend in vraag gesteld, terwijl men de term ‘nationalisme’ als een vies woord blijft beschouwen. Dit belet evenwel niet dat op een ogenblik van oranje voetbalgekheid, een team chirurgen het presteerde om in een oranje outfit aan de operatietafel te verschijnen. Het gaat hier ongetwijfeld om een nationalistisch wapenfeit dat in geen enkele andere Europese lidstaat zijn weerga vond.

Vlaams-Nederlandse integratie "vanzelf" maar geruisloos

Ondertussen is het meest wonderlijke feit dat de Nederlands-Vlaamse integratie, terwijl wij ons beraden en onze vragen stellen, voortschrijdt als "vanzelf". Mevrouw J. Baartmans-van den Boogaart, voormalig voorzitter van het ANV, heeft het enige tijd geleden al eens op een andere wijze onder woorden gebracht : "Als de overheid in beide landen, op centraal en op regionaal niveau en zelfs op gemeentelijk niveau, aan de grens, bezig is de samenwerking en integratie reëel gestalte te geven, dan is het gewoon overbodig dat particuliere verenigingen zich daarmee verder inlaten. Zij kunnen zich beter op andere aspecten toeleggen dan op degene die de overheid meestal geruisloos doorvoert. Denk maar aan de GENT-akkoorden, aan wat in het kader van de Euregio’s wordt gepresteerd, aan de Open Universiteit ook."

Het ziet ernaar uit dat mevr. Baartmans overschot van gelijk krijgt. Eén voorbeeld nog: de (onvolledige) universitaire vestigingen in Maastricht en in Hasselt-Diepenbeek gaan in de loop van de komende twee jaar fuseren. Een droom, die van bij de oprichting van beide instellingen begon te leven, nl. één grensoverschrijdende universiteit van Nederland en Vlaanderen, van beide Limburgen, zal in vervulling gaan.

Nu is er nauwelijks een dossier te bedenken, dat ondanks de logica van het concept en de voor de hand liggende wetenschappelijke en administratieve ontwikkelingen die regelrecht op een fusie afstevenden, geboycot, tegengewerkt, afgevoerd en afgezworen is geweest. Op grond van de meest ondenkbare particularistische, patriottische, xenofobe en andere beslist onwetenschappelijke argumenten heeft men de voor de hand liggende samenwerking en fusie, nu eens in Noord, dan weer in Zuid, gedurende bijna 30 jaar weten tegen te houden.

De gemeenschappelijke Limburgse universiteit komt er nu toch, onder invloed van de Europese ontwikkelingen allicht, "vanzelf", gewoon als logisch uitvloeisel van een feitelijke situatie die niet meer genegeerd kan worden : twee universitaire instellingen in eenzelfde taalgebied, op 25 km van elkaar, bovendien in grote mate complementair, behoren niet allebei tot parallelle universiteiten uit te groeien maar behoren samen te gaan.

Toch nog werk aan de winkel : naar een Vlaams-Nederlands WIJ-gevoel

Dit alles betekent natuurlijk niet dat wij zouden geloven, dat met of zonder verdere Europese integratie, op Nederlands-Vlaams gebied alles "vanzelf" in de goede richting zal gaan. Zo lezen wij in De Standaard van 21 augustus ll. dat Nederlandse ouders met kinderen, die kortere of langere tijd voor hun werk in het buitenland verblijven, zich kunnen behelpen met speciaal voor dit doel ontwikkelde lespaketten om hun kinderen behoorlijk Nederlands te leren lezen en schrijven. Vlaamse ouders en kinderen, die in dezelfde situatie verkeren, blijven op hun honger zitten want de Vlaamse overheid weet van geen lespaketten. Dus zeggen wij : ja, er is nog werk aan de winkel. En ziet, een Nederlandse dame (die niet hoog genoeg geprezen kan worden) gaat er nu voor zorgen dat de Nederlandse lespaketten ook ter beschikking komen voor Vlaamse kinderen.

Gegeven de Europese eenmaking die ons op in feite korte termijn zal gelijkschakelen op economisch, monetair en allicht ook op militair en sociaal gebied, dan blijft, steeds in Europees kader, onze culturele diversiteit - onze Nederlandse identiteit met als basis onze taal en cultuur - het enige wat ons van onze buren onderscheidt en wat - volgens ons - de moeite waard is om behouden te blijven en "verdedigd" te worden. Dat behoud heeft ook op langere termijn een goede kans op slagen, op voorwaarde evenwel, dat wij met 22 miljoen samen optreden, als Nederlandse cultuurgemeenschap. Daarvoor echter moet eerst een WIJ-gevoel ontwikkeld worden, dat in bredere bevolkingslagen gestalte moet krijgen.

WIJ Nederlandssprekenden, eventueel WIJ van de Benelux, alleen op deze wijze, binnen de grotere entiteit, kan onze eigenheid, onze identiteit in het Europa van de toekomst overleven. De Skandinaviërs hebben dit noodzakelijk samengaan al veel eerder begrepen; de Balten en de Iberiërs hebben het pas ontdekt. De Benelux mag niet achterblijven, op straffe van opslorping door een soort Angelsaksische supercultuur met een Hollandse en Vlaamse ondertoon als huis-, tuin- en keukentaal. En dat terwijl die Benelux de vierde grootste ecnomische macht ter wereld is, na de Verenigde Staten, Japan en Duitsland, maar vòòr Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Canada.

Blijft tenslotte de cruciale vraag, kunnen wij dit Nederlands-Vlaamse, desnoods Benelux WIJ-gevoel aankweken en aanzwengelen en zo ja, op welke wijze? "Toch nie weer een volksoptog nie ?" zeiden de Afrikaanssprekende jongeren in Zuid-Afrika, toen de verdrinkingsdood van het Afrikaans in een overwegend Engelstalige Unie aan de orde werd gesteld.

Want wij hebben van meet af aan rekening te houden met de onverschilligheid en ongeïnteresseerdheid van 99 % van de bevolking en een bijna even groot percentage van de intellectuele bevolking, in de materies die het behoud van de eigen taal en cultuur bestrijken in een eigen Europees territorium (dat best een paar multi-culturele kantjes mag vertonen, voor alle goed begrip).

Het ziet ernaar uit, dat er m.b.t. het aankweken van het WIJ-gevoel, alleen resultaat kan geboekt worden als wij hiervoor de actie voeren in de enige sfeer die de burger van de consumptiemaatschappij en haar jongeren werkelijk interesseert : de sfeer van het financiële voordeel, de portemonnee, of iets zachter uitgedrukt, de pragmatische kant van de zaak, die behalve rechtstreeks financieel, ook praktisch en prettig voordeel oplevert.

Alle verdere ideologie, gemoraliseer, nationalistische woordenkramerij,verwijzingen naar een glorierijk verleden, vaderlandse retoriek, vendelzwaaien, spreekkoren en het massaal scanderen van slogans brengen geen aarde aan de dijk en werken zelfs contra-productief. Bedevaarten en zangfeesten hebben ontegensprekelijk hun verdienste gehad maar zijn nu beslist uit de tijd. De 19e eeuw is allang voorbij, de 20e net, en de moderne burger, met de jongere als maatstaf en boegbeeld, kijkt naar de 21e eeuw en vraagt recht voor zijn raap : "waar word ik beter van, en waar kan ik meer lol aan beleven ?"

Een pragmatisch minimumprogramma

Toen het na de Eerste Wereldoorlog en na een hachelijk avontuur van de Vlaamse activisten met de Duitse bezetter, duidelijk werd dat de hooggestemde idealen en plannen voor een onafhankelijk Vlaanderen en desnoods een gefederaliseerd België in dat tijdsgewricht geen schijn van kans maakten, schakelden de Vlamingen van lieverlede over op het zgn. minimumprogramma van de passivisten.

Weinigen onder ons zijn er zich van bewust of herinneren zich dat het uiteindelijk dit minimumprogramma is dat door de Vlaamse Beweging gerealiseerd is. Het 100 % Nederlandstalige Vlaanderen van vandaag, dat stap voor stap bevochten is en dat onze kinderen als vanzelfsprekend ervaren, is het resultaat van het minimumprogramma dat met de taalwetten van 1932 (onderwijs en administratie),1935 (gerecht) en 1938 (leger) zijn eerste fundamentele en beslissende gestalte kreeg.

Het komt erop aan, naar ons gevoelen, dat wij nu met een Nederlands-Vlaams minimumprogramma naar enkele soortgelijke beslissende stappen moeten toewerken, die ertoe leiden dat pakweg over 30 jaar de Nederlands-Vlaamse integratie gerealiseerd is en door de generaties die dan aan de bak zijn als vanzelfsprekend wordt ervaren.

Welk zijn de punten en maatregelen die in zo’n niet-ideologisch, pragmatisch Nederlands-Vlaams minimumprogramma bij voorkeur moeten / kunnen voorkomen ? Wij doen een greep naar enkele o.i. voor de hand liggende maatregelen :

1. Voor NL en B worden binnenlandse posttarieven gehanteerd.
2 Voor NL en B komen er binnenlandse telefoontarieven.
3. Er komt een eenvormige strippenkaart voor alle openbaar vervoer.
4. Er komen geharmoniseerde reductietarieven van de Nederlandse en de Belgische Spoorwegen voor ingezetenen van beide landen.
5. VL en NL gebruiken één seniorenpas
6. VL en NL gebruiken één Cultureel Jeugd Paspoort
7. VL en NL gebruiken één museumkaart
8. In alle nieuwsuitzendingen van radio en TV komt er een stukje wederzijds nieuws, d.w.z. naast de rubrieken binnenlands nieuws en buitenlands nieuws komt er resp. ook Nederlands nieuws en Nieuws uit Vlaanderen.
9. Het weerbericht wordt in NL en VL gebracht voor het gezamenlijke grondgebied, aan de hand van een Beneluxkaart.
10. In het Lager en het Middelbaar Onderwijs worden in NL en VL gelijke eindtermen ingevoerd voor de vakken Nederlands, Aardrijkskunde, Geschiedenis en Maatschappelijke Vorming. Er komen gemeenschappelijke programma’s voor de schooltelevisie.

De maatregelen 1-7 vereenvoudigen en veraangenamen het leven en brengen de burger bovendien financieel voordeel ; de maatregelen 8-9 verbeteren de wederzijdse informatie en 10 is erop gericht voor de komende generaties de hemeltergende structurele onwetendheid over elkaar op te heffen. De maatregelen 1-5 kunnen best op Benelux-niveau uitgevoerd worden (post en spoor zijn in België federale materies, hebben dus ook met Wallonië te maken); de maatregelen 6-10 liggen in het culturele vlak en behoren tot de bevoegdheid van Vlaanderen (en Nederland).

Samen actie voeren

Er bestaan in Nederland en Vlaanderen ongeveer 15 verenigingen, stichtingen en werkgroepen met algemeen karakter, die de samenwerking tussen beide landsdelen willen stimuleren en de integratie willen bevorderen. De ene stelt zich alleen maar taalkundig op, de andere breder cultureel, een derde is meer politiek gericht, nog een andere legt meer nadruk op de wetenschap, er zijn twee service-clubs, weer een andere legt zich toe op excursies en reizen over en weer en er zijn er ook waar het gezellig samenzijn de boventoon voert.

Maar in deze grote verscheidenheid is er één gemeenschappelijke noemer te vinden : alle willen het WIJ-gevoel tussen Nederlanders en Vlamingen meer uitdrukkingskracht geven, sterker, alle belichamen dat WIJ-gevoel, want het is vooral hier en bijna uitsluitend hier dat onder de leden die deze verenigingen in Noord en Zuid tellen, het WIJ-gevoel bestaat.

Het ligt dus voor de hand, dat als de Unie Nederland-Vlaanderen met een pragmatisch minimumprogramma uitpakt, al deze verenigingen moeten aangesproken worden om het programma eensgezind en gelijktijdig aan de man te brengen. Concreet stelt de Unie Nederland-Vlaanderen dus voor, om bij een eerste contactname de 10 punten van het minimumprogramma ter tafel te leggen, voor eventuele aanvullingen, wijzigingen of amenderingen, om vervolgens na eventuele goedkeuring ervan, het programma voor te leggen aan de regeringen van Nederland en Vlaanderen en aan de betrokken openbare diensten en maatschappijen.

De verenigingen, stichtingen en werkgroepen met algemene Nederlands-Vlaamsedoelstellingen waarvan wij vermoeden dat zij bereid zullen zijn aan het overleg deel te nemen zijn de volgende (de dito verenigingen met meer speciale of beperkte actieradius zijn tot nader order hierbij niet opgenomen), in alfabetische volgorde :

1. Algemeen-Nederlands Verbond (ANV, tijdschrift Neerlandia , Den Haag)
2. Belgisch-Nederlandse Vereniging (BENEV)
3. Delta Stichting (tijdschrift Tekos , Wijnegem)
4. Marnix Ring (Contactblad, Gent)
5. Nationalistisch Verbond / Nederlandse Volksbeweging (tijdschrift Het Verbond , Hasselt)
6. Orde van den Prince (Nieuwsbrief, Antwerpen)
7. De Pacificatielezingen te Gent vzw
8. Het Pennoen (Oostende)
9. Stichting Internationaal Forum (Nieuwsbrief, Leiden)
10. Stichting Ons Erfdeel (tijdschrift en jaarboeken Septentrion en Low Countries , Rekem)
11. Stichting Zuid-Nederlandse Ontmoetingen (ZNO, Nieuwsbrief, Eindhoven)
12. Taalverdediging (Nieuwsbrief, Amsterdam)
13. Unie Nederland-Vlaanderen (Jaarbrochure, Merelbeke)
14. Werkgemeenschap De Lage Landen (tijdschrift Delta , Ekeren)
15. Zannekin (Jaarboek, Ieper)

Samenvatting

De Unie Nederland-Vlaanderen, die de samenwerking en uiteindelijke eenheid van Nederland en Vlaanderen wil bewerkstelligen en stimuleren, wil voor het bereiken van haar doelstelling bij het begin van de nieuwe eeuw inspelen op de Brood en Spelen mentaliteit die de westerse samenleving en de jeugd in het bijzonder vandaag kenmerkt.

Nu de Vlaamse Beweging na het voltooien van haar taak zal gaan verschrompelen en de Nederlanders in het nieuwe Europa hun eigen identiteit in vraag gaan stellen, moet in bredere kringen het besef doorbreken dat ook een onfhankelijk Vlaanderen naast Klein-Nederland geen voldoende garantie kan bieden voor het volwaardig behoud en de verdere uitbouw van onze taal en cultuur in het verenigd Europa van de toekomst.

De Unie Nederland-Vlaanderen wil hiermee een voorstel doen voor een pragmatisch minimumprogramma terzake, mede ter versterking van de Benelux binnen de Europese Unie en vraagt hierbij de medewerking van alle gelijkgestemde verenigingen in Noord en Zuid.