• Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
NederlandsfrançaisDeutschEnglishEsperanto
 
Home Vision Brussels Brussel als deel van de Nederlanden

Brussel als deel van de Nederlanden

E-mail Print PDF
There are no translations available.

België staat op een historisch keerpunt. De mogelijkheid dat het land uiteenvalt in diverse nieuwe staten, is reëel. In de Belgische constructie neemt het Brussels gewest een specifieke, cruciale plaats in. We stellen echter vast dat Vlaanderen tegenover Brussel een dubbelzinnige, weifelende houding aanneemt. Voor nogal wat Vlamingen is het een zwarte vlek, een bron van verfransing, vernedering en vervreemding die ze liefst uit hun geheugen zouden wissen. Voor de Vlaamse overheid is Brussel een problematisch gegeven waartegenover ze nauwelijks een strategie heeft.

De kern van de zwakke Vlaamse houding en het gebrek aan visie inzake Brussel, ligt o.i. in de balkanisering van de Nederlanden en de daaruit voortvloeiende denationationalisering van Vlaanderen. Wij houden van Brussel, en kiezen ervoor om het zijn rechtmatige plaats te geven in Vlaanderen en in een Confederatie der Nederlanden.

Het Brussels gewest als redplank voor België

Rond het midden van de 20ste eeuw kwam er sleet op de oude unitaire Belgische constructie. Een herstelde Vlaamse beweging aanvaardde de Franstalige dominantie niet langer en de Waalse arbeidersbeweging stelde de vermeende “état belgo-flamand” verantwoordelijk voor haar economisch verval. Vlaamse en Waalse beweging hielden een parallel pleidooi voor federalisme. In Vlaanderen voor culturele autonomie, in Wallonië voor economische decentralisatie.

Terwijl federalisme in de jaren '50 en '60 nog als staatsgevaarlijk beschouwd werd, veranderde de heersende klasse in België het geweer van schouder. Het federalisme werd omarmd als een middel om de belangen van de Belgische klasse veilig te stellen. Er kwam een wirwar van overlappende gemeenschappen en gewesten, aangevuld met alarmbelprocedures en speciale meerderheden, met als bedoeling: de prille democratie in België fnuiken, de emancipatie van Vlaanderen en Wallonië een halt toeroepen en het oude establishment in het zadel houden.

De kers op deze taart kwam er eind jaren '80 met de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Tegenstrijdig aan de geest van het Belgisch federalisme, werd een gewest met socio-economische bevoegdheden vastgelegd op basis van taalkundig-culturele grenzen. Daarbij ging men voorbij aan het feit dat Brussel sociaal-economisch volledig vervlochten is met de rest van Vlaanderen.

Naar een klein-België?

De gevolgen van deze constructie waren rampzalig voor Brussel en voor Vlaanderen:

  • De motor van de Vlaamse economie, Brussel, werd losgepeuterd uit Vlaanderen en onder controle gebracht van de Franstalig Brusselse partijen.
  • Brussel is hier sociaal-economisch het eerste slachtoffer van aangezien het wordt afgesneden van zijn hinterland en de Nederlanden.
  • Iedere nieuw verkregen autonomie voor Vlaanderen ging gepaard met een verder uiteendrijven van Vlaanderen en haar hoofdstad.
  • Daardoor werd het Vlaamse natiewordingsproces de kop ingedrukt. Vlaanderen werd voor het kapblok gezet: een onafhankelijk Vlaanderen zou een Vlaanderen zonder Brussel en dus een onthoofd Vlaanderen zijn.
  • De invloed van het Brussels gewest verplicht ook Wallonië om zich steeds meer als “Franstalig” te gaan positioneren. Het werd al snel duidelijk dat de Walen binnen dit Franstalig blok slechts de tweede viool mogen spelen.
  • In geval van nood, indien België uiteenvalt, zou de oude Belgische elite nog steeds de plak kunnen zwaaien over hún Brussel, gesteund door de kleinburgerlijke taalracisten van het FDF. Het gewest werd de reddingssloep om desnoods een klein-België uit de grond te stampen: Brussels-DC. In dit scenario zal de Vlaamse Rand verder verfransen, aangezien de macht van het Belgische establishment ongebroken zal zijn.

Het pleidooi voor Groot-Brussel

Het Belgisch plan verliep feilloos, op één punt na. Na de sociaal-economische breuk tussen Brussel en de rest van Vlaanderen, bleek het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de economisch zwakkere speler, en niet het Vlaams Gewest zoals men gehoopt had. De Brusselse economie trok naar de Vlaamse Rand, de Brusselse middenklasse trok weg naar de groene faciliteitengemeenten, en Brussel bleef achter met een totaal verpauperde bevolking.

Als reactie lanceerden de Franstalige Brusselaars het pleidooi om ook deze succesvolle Vlaamse Rand onder Brusselse controle te brengen. Economen en taalkundigen worden ingeschakeld om de taalkundige en sociaal-economische band tussen Brussel en de Vlaamse Rand aan te tonen. Geen moeilijke opdracht, aangezien Brussel inderdaad vervlochten is in de Vlaamse Rand en bij uitbreiding in de rest van Vlaanderen.

Wij moeten inderdaad toegeven dat de Brusselse agglomeratie groter is dan mening UCL-professor zou durven beweren: de sociologisch-economische agglomeratie reikt tot aan de poorten van Aalst, Mechelen en Leuven. Brussel is immers de kernstad van de Vlaamse Ruit.

Agglomeraties groeien, zoals we bv. zien in de Randstad, het Ruhrgebied, de geplande agglomeratie Lille/Kortrijk/Tournai enz. Nergens geeft dit echter aanleiding tot het wijzigen van staats-, provincie- of gemeentegrenzen. Enkel in Brussel schijnt het tot stand brengen van een ruimere beleidseenheid gepaard te moeten gaan met een wijziging van interne grenzen én taalregimes.

Een beleidseenheid op maat van de reële Brusselse agglomeratie kan dus, net als overal elders ter wereld, perfect georganiseerd worden zonder wijziging van gewest- of deelstaatgrenzen, en zonder bestaande taalregimes te wijzigen.

De oplossing van het Brusselse probleem ligt in het loskoppelen van interne grenzen en taalregime. Samenwerking tussen Brussel en zijn ruime hinterland kan geïnstitutionaliseerd worden zonder dat één gemeente van gewest moet veranderen of een ander taalstatuut moet krijgen.

Bijgevolg kan Brussel ook, in plaats van een apart stadsgewest binnen een Belgische of Nederlandse Confederatie, probleemloos een onderdeel van de deelstaat Vlaanderen vormen.

Een nieuwe Vlaamse houding

Uitbreiding van het Brussels gewest zal fundamenteel niets oplossen. De enige oplossing ten gronde is een fusie tussen beide Vlaamse gewesten. Dat is geen eenvoudige strijd, het Belgisch establishment zal “zijn” Brussels gewest niet zomaar opgeven.

Opdat Vlaanderen deze stap zou kunnen zetten, moet de Vlaamse strijd evolueren van een defensieve naar een emancipatiestrijd. We mogen ons niet langer beperken tot het verdedigen van wat Vlaams is, maar moeten resoluut streven naar de uitbouw van een volwassen, democratische natie. Pas als het Vlaamse onderwerpingsdenken, een erfenis van België, afgeworpen is, kan Vlaanderen een geloofwaardige Brussel-politiek voeren.

Om deze noodzakelijke ommekeer te realiseren, heeft Vlaanderen Nederland broodnodig. Het terugvinden van zijn Nederlandse identiteit en de ruggesteun van een natie met een vanzelfsprekend bewustzijn, kunnen Vlaanderen de nodige visie en kracht geven om Brussel te re-integreren.

Een Confederatie der Nederlanden zal een nieuw kader scheppen waarin niet langer de macht van een kleine elite doorslaggevend is. Binnen dit nieuw kader zal Brussel de mogelijkheden krijgen om haar rol als voornaamste stad van de Nederlanden op te nemen. Binnen dit kader zal Brussel niet langer wegkwijnen tot een verpauperde provinciestad, opgesloten binnen haar taalgrenzen, maar uitgroeien tot een politeke hoofdstad in de Nederlanden en de economische motor van één van haar kerngebieden.

Aanbevelingen

Vlaanderen kan, gesteund door Nederland, de re-integratie van zijn hoofdstad stap voor stap voorbereiden:

  1. De Vlaamse Beweging moet afscheid nemen van haar 19de eeuwse taalflamingantistische houding. Het toekomstige Vlaanderen zal een Franstalige minderheid kennen, of men dat nu wil of niet. Echter, zonder Belgische constructie gaat van die Franstalige minderheid geen anti-Vlaams, natiebedreigend gevaar meer uit, net zoals Nederland de Friezen niet als natiebedreigend beschouwt. Vlaanderen hanteert deze volwassen houding reeds in de Rand door zelf Franstalige scholen op te richten en iedere inmenging van de Franse Gemeenschap te weigeren.
  2. In het post-Belgisch tijdperk, dienen de Franstalige Vlamingen grondwettelijk verankerde taalrechten te krijgen en kan het tweetalig gebied uitgebreid worden. Tevens kan er een Communauté Francophone de Flandre opgericht worden, gefinancierd door de Vlaamse overheid, die bevoegdheid krijgt over taal en cultuur in Brussel en de onmiddellijke rand. De CFF is geen territoriale eenheid, maar een bestuursorgaan bevoegd voor de persoongebonden aangelegenheden van de Franstalige inwoners van het tweetalige gebied Brussel.
  3. Het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering moeten het toekomstige statuut van de Franstalige minderheid in Vlaanderen en de uitbouw van een Communauté Francophone de Flandre nu al uitwerken en opnemen in het ontwerp van Vlaamse Grondwet.
  4. De Brusselaars van allochtone afkomst koesteren vandaag veelal niet dezelfde wrok tegen Vlaanderen die de Franstalig-Brusselse kleinburgerij wél kenmerkt. Toch worden zij veelal ingeschakeld in de Franstalig-Brusselse politiek, niet in het minst die van de PS. In tegenstelling tot de PS die deze allochtonen als kiesvee misbruikt, dient Vlaanderen deze mensen een echt alternatief te bieden. Voor ons zijn alle Brusselaars volwaardige Vlamingen, los van moedertaal of etnische afkomst.
  5. De Vlaamse overheid dient werk te maken van een geloofwaardig welkomstbeleid in Brussel en omgeving. Er kunnen uitdovende faciliteiten komen voor andere Europese talen.
  6. De Waalse emancipatie, indien los van Franstalig Brussel, moet al onze steun krijgen. Wallo-Brux-ideeën moeten bestreden worden.
  7. Iedere maatregel die leidt tot verdere consolidatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dient afgewezen te worden. Constructies die het noodlijdende gewest ter hulp schieten, moeten geweigerd worden. Discussies over het efficiënter maken van het huidige Brusselse Gewest (fusie van de 19 gemeenten, etc...) leiden de aandacht af van het fundamentele probleem: de breuk die ontstaan is tussen de stad en haar hinterland. Brussel zal immers nooit een behoorlijk beleid kunnen voeren, zolang het vast zit binnen zijn gewestgrenzen.